Herkomstonderzoek naar museale collecties in verband met roof, confiscatie of gedwongen verkoop in de periode 1933-1945

menu Skip over navigation | Sla menu over

Hoe gaan andere landen hiermee om?

Hoe gaan andere (West-Europese) landen om met als gevolg van het Naziregime geroofde kunst?

Sinds het vaststellen van de Washington Conference Principles on Nazi-Confiscated Art in 1998 hebben meerdere landen een structuur opgebouwd voor claims op in de Tweede Wereldoorlog door de Nazi’s geroofde kunst. Frankrijk, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Nederland hebben sindsdien een zogenaamde restitutiecommissie.

Verenigd Koninkrijk

In 1999 stelde de National Museum Directors’ Council in het Verenigd Koninkrijk een commissie in onder leiding van Sir David Neuberger die zich richtte op het monitoren van herkomstonderzoek en het adviseren van musea die provenance research doen, gericht op het in kaart brengen van door de Nazi’s geroofde kunst. In 2003 en 2004 publiceerde deze commissie rapportages van gevonden werken met een gat in de herkomstgeschiedenis tussen 1940 en 1945. Van deze objecten is een doorzoekbare database gemaakt.

Duitsland

Herkomstonderzoek naar door Nazi’s geroofde kunst in Duitsland wordt sinds 1998 begeleid vanuit het Koordinierungsstelle Magdeburg. Belangrijkste doel van de Koordinierungsstelle is de herkomstgeschiedenis van collecties van musea transparant maken. De Koordinierungsstelle beheert de database van ‘verloren kunst’ en ondersteunt musea met zaken als een herkomstonderzoeksmodule, checklists en een ethische code voor eigenaarschap van kunstbezit. In 2008 is in Duitsland daarnaast de Arbeitstelle fur Provenienzrecherche/-forschung (Bureau voor Herkomstonderzoek- en inspectie) opgericht, met als taak het verdelen van fondsen voor herkomstonderzoek bij publieke instellingen en het geven van praktische ondersteuning bij herkomstonderzoek. In 2012 heeft Duitsland de publieke financiering voor herkomstonderzoek opgeschroefd naar 2,4 miljoen euro per jaar.

Frankrijk

Frankrijk heeft de collectie van gerecupereerd kunstbezit uit Duitsland inzichtelijk gemaakt onder de titel Musées Nationaux Récupération. Frankrijk heeft in 1949 verklaard dat deze gerecupereerde werken die oorspronkelijk uit privébezit kwamen voor onbepaalde tijd geen bezit van de Franse staat zijn, maar steeds beschikbaar voor aanvragen van oorspronkelijke eigenaren of hun erfgenamen. Frankrijk begint nu met een actief onderzoek van de MNR. Sinds 1999 heeft Frankrijk ook een Restitutiecommissie, de Commission pour l’indemnisation des victimes de spoliations intervenues du fait des législations antisémites pendant l’Occupation (CIVS). Deze commissie oordeelt over compensatie voor slachtoffers van roof als gevolg van de antisemitische wetgeving tijdens de bezetting in brede zin, waaronder kunstbezit.

België

België heeft in 1997 een Studiecommissie joodse goederen ingesteld. De commissie had als opdracht onderzoek te verrichten om opheldering te brengen over het lot van de tijdens de Tweede Wereldoorlog geplunderde of gedwongen achtergelaten joodse bezittingen. Daartoe heeft de Studiecommissie de manier bestudeerd waarop de plunderingen onder de bezetting gebeurden, maar eveneens de maatregelen die na de oorlog werden genomen door de verschillende overheden en door de private sector, teneinde de geplunderde goederen te restitueren of de eigenaars ervan te vergoeden. Het werk van de Studiecommissie was voor België geen aanleiding een Restitutiecommissie in te stellen of een nationaal herkomstonderzoek op te zetten.

Oostenrijk

Ook in Oostenrijk is 1998 een belangrijk jaar geweest voor het herkomstonderzoek: het parlement nam in dat jaar een restitutiewet aan die beschreef hoe musea en privépersonen dienden om te gaan met collecties die geroofd zijn tijdens het Nationaalsocialistische regime of een gat in de herkomstgeschiedenis kennen tussen 1938, het jaar waarin Oostenrijk geannexeerd werd door nazi-Duitsland, en 1945. In Oostenrijk voert ieder museum op eigen gezag en tijdschema herkomstonderzoek uit. De rapporten worden verzameld op de website van het Nationaal Fonds voor de Slachtoffers van het Nationaalsocialisme.