Herkomstonderzoek naar museale collecties in verband met roof, confiscatie of gedwongen verkoop in de periode 1933-1945

menu Skip over navigation | Sla menu over

Voormalig onderzoek 1940-1948

naar onderzoeksoverzicht

Reactie Museum

Het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) heeft een overzicht van bruiklenen uit de periode 1940-1945 opgesteld. Het kit heeft onderzoek verricht naar verwervingen uit de periode 1939-1948, op basis van archiefmateriaal en het aanwinstenboek van de afdeling Volkenkunde (zie onder). Bij dit onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor collecties met een discutabele herkomstgeschiedenis.

De geschiedenis van het museum

De voorlopers van het KIT in de oorlogsperiode was het Koloniaal Instituut te Amsterdam (1926-1945).[155] Tot het Koloniaal Instituut behoorden twee musea: het zogeheten Handelsmuseum (onderdeel van de afdeling Tropische Producten) en het Volkenkundig Museum (onderdeel van de afdeling Volkenkunde). Kort na de bevrijding is het Koloniaal Instituut omgedoopt tot het Indisch Instituut, en het museum tot het Indisch Museum. Het huidige Tropenmuseum is een voortzetting van het Volkenkundig Museum. De verzamelingen van het vroegere Handelsmuseum zijn overgedaan aan het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden en de Landbouwuniversiteit van Wageningen.

Tijdens de oorlog heeft de Gestapo bezit genomen van het boekenhuis van de Centrale Bibliotheek. In de bezettingstijd zijn er schenkingen, legaten en langdurige bruiklenen binnengekomen, die vermoedelijk deels te maken hadden met de oorlog en de toenmalige vervolgingen.[156]

‘Oorlogsbruiklenen’

In het jaarverslag van het Koloniaal Instituut over 1945 wordt vermeldt dat in 1940 en 1941 vele collecties etnografische voorwerpen bij de afdeling Volkenkunde zijn geregistreerd als ‘oorlogsbruikleen’. Het betrof vooral koperen en bronzen objecten, die in bruikleen werden afgestaan in verband met de door de bezetter bevolen inlevering van metalen (zie paragraaf 4.6, ‘Ingeleverd metaal in Nederlandse musea’). Na de bevrijding zijn veel van deze voorwerpen aan de eigenaars teruggegeven. Slechts enkele voorwerpen bleken verloren te zijn gegaan in de periode dat de Duitse Grüne Polizei het gebouw bezet hield. Toch zijn volgens het jaarverslag over 1945 niet alle collecties teruggevraagd, ondanks een circulaire die de ter beschikkingstelling van de voorwerpen vermeldde.

Het KIT heeft, op basis van het aanwinstenboek van de afdeling Volkenkunde, een overzicht samengesteld van de meer dan veertig bruiklenen uit de oorlogsjaren. Dit overzicht maakt duidelijk dat de meeste van de collecties na de oorlog inderdaad aan de betrokkenen zijn geretourneerd, ofwel door (gedeeltelijke) schenking, legatering of aankoop in het bezit zijn gekomen van het museum.

In de lijst van het KIT komen circa zestien bruiklenen voor waarvoor noch een retourvermelding is aangetroffen, noch een verklaring waaruit blijkt dat de betreffende collectie bezit is geworden van het museum door aankoop, schenking of legatering. De betreffende bruiklenen bevinden zich nog in het Tropenmuseum. Het KIT deelt mede dat het in ieder geval geen kostbaarheden of kunstvoorwerpen betreft, doch veelal gebruiksvoorwerpen en gewone etnografica (onder meer wapens, houtsnijwerk en koperen voorwerpen).

Het KIT wijst erop dat er, met betrekking tot de ‘oorlogsbruiklenen’, mogelijk sprake is geweest van een schaduwbestand. Bij het onderzoek zijn namelijk zes verwijzingen gevonden naar ‘oorlogsbruiklenen’ die niet voorkomen in het aanwinstenboek van de afdeling Volkenkunde uit de bezettingsperiode. De betref-fende collecties zijn na de oorlog deels aan de betrokkenen geretourneerd, en deels aan het museum geschonken. Als voorbeeld kan verwezen worden naar de belangrijke collectie Indonesische kunst van George Tillmann.[157] Hoewel bekend was dat het een ‘oorlogsbruikleen’ betrof, stond deze verzameling niet als zodanig te boek in het aanwinstenregister. De collectie Tillmann is meer dan 50 jaar als bruikleen in het museum gebleven, en is tenslotte in 1994 door de erfgenamen van George Tillmann aan het museum geschonken (zie ook paragraaf 4.5). De betrokkenen ontvingen als dank hiervoor een Koninklijke onderscheiding.

Inventarisatie van bruiklenen uit Joods bezit in 1942 In 1942 maakte het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming (DOWK) een inventarisatie van de Joodse eigendommen die als bruiklenen in de Nederlandse musea aanwezig waren (zie paragraaf 4.3, ‘Het Rijksfonds voor de aankoop van Joods bezit’). De afdeling Volkenkunde liet het DOWK desgevraagd weten dat zij geen voorwerpen van Joodse eigenaars in bruikleen had.[158] De afdeling Handelsmuseum berichtte het departement dat zij drie schilderijen in bruikleen had van een Joodse eigenaar uit Amsterdam.[159] In 1942 moesten deze schilderijen op grond van Verordening 58/1942 op naam van de Liro-bank worden overgeschreven (zie paragraaf 4.3, ‘Het Rijksfonds voor de aankoop van Joods bezit’). Door de inspanningen van het DOWK werd het museum later in de gelegenheid gesteld om de kunstwerken te verwerven, maar van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. De schilderijen zijn in opdracht van de Liro-bank uit het museum weggehaald en daarna ter veiling gebracht. Na de bevrijding heeft de betrokken familie bij de SNK aangifte gedaan van de vermissing van de schilderijen.  

Notities

De Commissie Museale Verwervingen 1940-1948 heeft het KIT verzocht om, naast het overzicht van bruiklenen, een lijst op te stellen van de overige museum-aanwinsten in de periode 1940-1948. Daarnaast geeft de commissie het KIT in overweging om na te gaan, wat de herkomst is van de circa zestien ‘oorlogsbruiklenen’ die zich nog in het Tropenmuseum bevinden.