Herkomstonderzoek naar museale collecties in verband met roof, confiscatie of gedwongen verkoop in de periode 1933-1945

menu Skip over navigation | Sla menu over

Voormalig onderzoek 1940-1948

naar onderzoeksoverzicht

Stedelijk Museum De Lakenhal

Oude Singel 322312 RALeiden

Reactie Museum

Op verzoek van de Gemeente Leiden heeft de heer A.C.L. van Noort in 1999 onderzoek verricht naar de herkomst van de verwervingen van De Lakenhal in de periode 1940-1948. Zijn bevindingen zijn neergelegd in een onderzoeksrapport.[189] Dit bevat lijsten van aankopen en schenkingen uit de periode 1940-1948, en van bruiklenen en bewaringen uit de periode 1940-1945. Daarnaast wordt in het rapport uitvoerig aandacht besteed aan enkele collecties die reeds vóór 1940 aan het museum in bruikleen zijn gegeven.

Bij het onderzoek is onder meer gebruik gemaakt van het in het gemeentearchief Leiden berustende archief van de Lakenhal, en van documentatie die nog in het museum zelf aanwezig is.

Aankopen en schenkingen

Ten aanzien van de aankopen en schenkingen concludeert de heer Van Noort, dat het doorgaans moeilijk is om vast te stellen of deze een dubieus karakter dragen, aangezien dit niet valt op te maken uit het aanwezige archiefmateriaal. Enkele mogelijk problematische aanwinsten zijn de voorwerpen die geschonken door twee personen met nationaal-socialistische sympathieën.

Daarnaast wordt als punt van aandacht gewezen op de aankoop van enige gebruiksvoorwerpen uit het gevorderde maar weer vrijgegeven koper en tin (zie paragraaf 4.6, ‘Ingeleverd metaal in Nederlandse musea’). Het is onbekend aan wie deze voorwerpen toebehoorden voor de vordering.

Bewaargevingen

Het onderzoeksrapport bevat een overzicht van bewaarnemingen uit de periode 1940-1945. Navorsingen in het archief hebben uitgewezen, dat de betreffende collecties na de oorlog weer zijn geretourneerd aan de (erven van) de oorspronkelijke eigenaars. De enige mogelijke uitzondering vormt een Statenbijbel die in 1944 in bewaring is gegeven door een particulier die lid was van de N.S.B.. Stukken over de beëindiging van deze bewaarneming zijn niet aangetroffen. Een zoektocht in het museum naar de betreffende Bijbel heeft geen resultaat gehad.

Bruiklenen

In de oorlogsjaren heeft De Lakenhal, voor zover kon worden nagegaan, tien bruiklenen ontvangen. Zes daarvan zijn na de bevrijding ofwel teruggegeven, ofwel geschonken door of aangekocht van de eigenaars. Van vier bruiklenen (waaronder twee van onbekende eigenaars) is onduidelijk wat ermee is gebeurd.

Bij het onderzoek is tevens aandacht besteed aan enige collecties die reeds voor de aanvang van de oorlog aan De Lakenhal in bruikleen zijn gegeven. Dit in verband met gerezen vragen over de herkomstgeschiedenis van de betreffende verzamelingen.

  1. Het betreft in de eerste plaats een bruikleen uit 1939 van 79 schilderijen van een particulier uit Berlijn. Het merendeel van deze werken is in 1941 door de bezetter in beslag genomen als vijandelijk vermogen. Van drie schilderijen was onduidelijk of deze ook in beslag waren genomen. In het rapport van De Lakenhal wordt geconcludeerd dat de betreffende kunstwerken waarschijnlijk met de overige collectie door de bezetter zijn meegenomen. De kunstwerken ontbreken in de museumcatalogi van 1949 en 1983.

  2. Een tweede grote bruikleen is een collectie van ruim dertig kunstwerken die in 1939 door een particulier uit Wassenaar in het museum werd ondergebracht. Deze verzameling is door de bezetter in beslag genomen in 1942, en werd deels geveild bij het Haagse veilinghuis Van Marle & Bignell (zie paragraaf 4.4). Van één schilderij, voorstellende Madonna met de twaalf apostelen, was onduidelijk of dit destijds aan de bezetter was afgestaan. In het onderzoeksrapport van de Lakenhal wordt geconcludeerd dat het schilderij waarschijnlijk, net als de overige kunstwerken, in beslag is genomen. Het kunstwerk ontbreekt in de museum-catalogi van 1949 en 1983. Evenmin maakt het deel uit van het huidige museumbestand.

  3. In 1925 ontving De Lakenhal een collectie van 89 kunstvoorwerpen in bruikleen, waaraan in de jaren daarna voorwerpen werden toegevoegd maar ook weer teruggegeven. Het vernieuwde bruikleencontract van 1937 vermeldt ruim dertig kunstvoorwerpen. Één van deze voorwerpen, een schilderij van Joachim Beuckelaer, is in 1943 in opdracht van de echtgenote van de overleden  bruikleengever uit het museum opgehaald. Het schilderij is na de oorlog uit Duitsland gerecupereerd en bevindt zich in de huidige NK-collectie (zie paragraaf 4.8). De overige voorwerpen uit de bruikleen zijn in 1960 en 1982 aan de erfgenaam van de bruikleengever teruggegeven.

  4. In 1937 gaf de toenmalige directeur van De Lakenhal negen kunstvoorwerpen aan het museum in bruikleen. De bruikleengever is overleden in 1939, terwijl zijn weduwe in 1943 het slachtoffer is geworden van de Jodenvervolging. Na de bevrijding werden enkele voorwerpen door de erfgenamen aan het museum geschonken. De overige objecten zijn deels aan de erfgenamen overgedragen, en deels opgestuurd aan de notarissen die belast waren met de afwikkeling van de nalatenschap van de weduwe.

Stichting Nederlandsch Kunstbezit (SNK)

Na de bevrijding heeft De Lakenhal diverse uit Duitsland gerecupereerde kunstvoorwerpen in bruikleen gekregen van de SNK en haar taakopvolgers. Voor zover deze gerecupereerde kunstwerken deel uitmaken van de huidige NK-collectie, wordt de herkomstgeschiedenis ervan in opdracht van de Commissie Ekkart onderzocht door het bureau Herkomst Gezocht van de Inspectie Cultuurbezit van het Ministerie van OCenW (zie paragraaf 4.8).

In het onderzoeksrapport van De Lakenhal wordt melding gemaakt van een verzoek van de SNK aan het museum in 1946 om een partij ongespecificeerde boeken uit Joods bezit voor enige tijd in De Lakenhal onder te brengen. Noch in de notulen, noch in het brievenboek van De Lakenhal is een reactie op dit verzoek aangetroffen. In het bruikleenregister wordt geen melding gemaakt van de boeken. Het is de vraag of deze boeken inderdaad in De Lakenhal zijn gedeponeerd.  

Notities

Bruiklenen uit Joods bezit

Op 3 juli 1942 liet het Museum De Lakenhal aan het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming weten, dat het geen voorwerpen in bruikleen had die vielen onder verordening no. 58/’42 betreffende de behandeling van Joodsche vermogenswaarden (zie paragraaf 4.3, ‘Het Rijksfonds voor de aankoop van Joods bezit’).[190]